De 30e marathon van Rotterdam
Het is 11 april 2010 als om 05.00 uur de wekker afgaat. Ik ben onmiddellijk wakker. Vandaag gaat het dan gebeuren. Ik ga een marathon lopen! Samen met Nicolette sta ik snel op. Als een geoliede machine werken we alle noodzakelijke ochtendactiviteiten af, inclusief het drinken van een kopje espresso en stappen dertig minuten later in de auto op weg naar Dalen. Het is uiterst stil in Dalen, maar als we de parkeerplaats opdraaien staat daar al een groepje oudere jongeren en jongere ouderen te wachten. Er hangt een enigszins opgewonden sfeer alsof we z0 vertrekken voor een schoolreisje. Geen slaperige gezichten, alsof iedereen al een tijdje wakker is. Later hoor ik van verschillende mensen dat ze toch een beetje moeilijk in slaap konden komen en erg licht geslapen hadden. Nicolette wenst me een laatste keer heel veel succes en we vertrekken met drie auto’s in colonne op weg naar Zwolle om daar de eerste trein te halen. Ik zit met Jans, Ankie en Joost in de auto en we rijden tussen Hoogeveen en Meppel als mijn telefoon gaat. Het is Nicolette die met enige paniek in de stem zegt dat ik mijn loopschoenen vergeten ben! Gedurende twee seconden krijg ik het even heel koud en warm, maar gelukkig blijkt dat ze mijn oude schoenen heeft zien staan. Never a dull moment!
Behalve dit incident verloopt de reis ongestoord en zitten we een half uurtje later in de trein naar Rotterdam. Onderweg worden er grappen en grollen gemaakt, vragen we elkaar tien keer of we denken dat we er klaar voor zijn, beloven we dat we niet te snel zullen beginnen en worden oude marathonervaringen en wijsheden opnieuw gedeeld. Gelukkig stapt in Amersfoort Olaf van de Horst, op wiens naam ik de marathon ga lopen, nog in de trein. Ook aan de laatste voorwaarde om te kunnen starten is voldaan. Hoewel ik zelf licht gespannen ben, heb ik besloten dat ik voluit ga genieten van deze dag. Zelfs van de pijn die ik zeker ga beleven. In Rotterdam voegen de laatste mensen zich bij de groep en het marathon team is compleet. Begeleiders Rinze, Ankie, Truus, Arno en lopers Thijs, Jurgen, Laurent, Martin, Nanette, Ingrid, Hennie, Jans, Joost, Eddy en Jan Henk. De begeleiders zullen een belangrijke taak verrichten. Door een soort omhooggestoken ‘oranje banner’ zullen we ze langs het parcours kunnen herkennen. Dat is belangrijk voor de bevoorrading van cola en voeding, het afgeven van overbodige kledingstukken of een aanmoedigende schreeuw. Na het omkleden gaan we naar de startvakken. Onze “prof” Hennie bevindt zich net achter de Kenianen in vak B, de meer gewone stervelingen bevinden zich in vakken meer naar achter. Ik zit met Ingrid en Martin in vak F. Het is koud en winderig en we staan te vernikkelen op het Hofplein, samen met nog 10.000 andere lopers. De kou wordt vervangen door kippenvel als we de eerste tonen van het “You never walk alone” van Lee Towers horen. De handjes gaan in de lucht en ook ik ga voluit mee met het refrein. Zo, we zijn er klaar voor. Het startschot valt en we schuifelen richting de start. Nog voor de start blijken we ons eerste doel al bereikt te hebben: Nanette en Laurent inhalen die in startvak E starten. Nanette staat langs de kant en schreeuwt dat Laurent nog een laatste sanitaire stop moest doen. Maar dan passeren we de start en is het echt begonnen.
Eerst maar de Erasmusbrug als richtpunt. Ingrid voelt zich erg goed. Ze kletst met iedereen en heeft bijdehante opmerkingen en heeft bovendien het hoogste woord. Ook loopt ze steeds iets voor ons uit. Martin waarschuwt haar steeds als snelheid boven de 11 km/u ligt en dat helpt dan weer eventjes om wat langzamer te lopen. Bovenop de Erasmusbrug horen we een vrouw zeggen dat we nog 38 km. moeten lopen. Ad rem en met overtuiging antwoorden we dat we dachten dat het maar 15 km. was en dat we nooit veel verder hebben gelopen. Geschokt kijkt ze om en we hebben plezier. Kort nadat we het Feyenoord stadion gepasseerd zijn lopen we langzaam in op Joost. Hij kijkt niet heel erg blij aangezien hij erg onzeker is over zijn enkel. Na afloop blijkt dat Joost na ongeveer 32 km. moest opgeven omdat behalve zijn enkel ook zijn knie begon op te spelen. Tot nu toe gaat het lopen me prima af. We - Ingrid, Martin en ikzelf - waarschuwen elkaar doorlopend als er iemand wat te hard lijkt te gaan, want we weten dat het nog lang is. De route is voor mij een soort memory lane, aangezien ik hier lang dichtbij heb gewoond. Weer een tijdje later lopen we Thijs achterop. Hij beweert dat hij ons al kilometers aan hoorde komen vanwege het gebabbel van Ingrid. Thijs komen we nog een aantal keren tegen, maar hij zal uiteindelijk op 4 uur 12 finishen, rustig en zonder grote problemen. Ergens in de buurt van het Zuidplein komen we voor het eerst onze supporters tegen met wat cola en een aanmoediging. Ingrid begint wat problemen te ervaren met wat buikkrampen en geeft aan dat het niet lekker gaat. Dat is ook te horen, want ze wordt stiller. Rond km. 19 laat ze ons gaan door een iets lager tempo te gaan lopen. Ze voert een hele strijd, stapt zelfs bijna uit de race, maar raapt zichzelf bij elkaar en eindigt uiteindelijk in 4 uur 8 minuten en 25 seconden. Geen pr maar een zeer verdienstelijke tijd. Met Martin en mij gaat het dan nog wel goed, behoudens wat kleine pijntjes die bij het lopen horen. Het publiek is in groten getale aanwezig en is echt geweldig. Overal langs het parcours staan mensen, vaak rijen dik en dat maakt het lopen een stuk leuker. Ook veel leuke bandjes, die voor wat afleiding zorgen. Toch beginnen de benen langzaam wat zwaarder te voelen als de kilometers vorderen. Na 29 km. geeft Martin aan dat hij het even moeilijk heeft. Ik op dat moment nog niet, maar dat zal niet lang duren. Bij 30 km. begin ik een hongergevoel te krijgen en ik heb geen voedsel meer over. Martin schenkt mij zijn laatste gel en neemt daarbij de gok dat hij zelf zonder kan. Toch wat gebrek aan ervaring van mij, maar een geweldig gebaar van Martin. De kilometers in het Kralingse Bos zijn voor ons beide zwaar en het is dan ook erg stil als we bezig zijn met het gevecht met onszelf. Het lichaam probeert overal energie vandaan te halen en dat proces doet pijn. Ook mijn benen doen heel erg pijn, alsof ze permanent in de kramp schieten. Maar als we het bordje 35 km. passeren halen we steeds meer wandelende mensen in. Het is raar, maar dat motiveert om door te gaan. Na 36 km. neemt Martin iets gas terug en het laatste gedeelte zullen we apart te lijf gaan. Die laatste kilometers zijn echt heel bijzonder. Ik heb ze in een roes beleefd. Alles doet intens pijn, maar op de een of andere manier gaat het lopen gewoon door, mede gedragen door het publiek. Als ik na 37 km. op mijn horloge kijk kom ik tot de rekensom dat ik de 4 uur zou kunnen halen. De volgende 2 km. gaat weer in een roes voorbij totdat ik ineens het bordje 39 km. zie staan. Ik schiet helemaal vol, ik ga het halen en het kan ook nog steeds binnen de 4 uur! Wauw!
Even later zie ik ook nog eens het bekende oranje shirtje boven het publiek langs de kant uitsteken en weet dat onze supporters daar staan. Het is gek, maar daar keek ik gewoon naar uit. Even bekende gezichten zien deed me goed en gaf me de motivatie voor de laatste sprint naar de Coolsingel. Vlak ervoor passeer ik nog Eddy. Hij wordt even later ook nog eens gepasseerd door Martin die met een geweldige inhaalsprint bezig is en een achterstand van 40 seconden in slechts enkele kilometers weet goed te maken. Dat motiveert Eddy om de gang er toch nog maar eens in te zetten. Het lopen op de Coolsingel is werkelijk adembenemend. Tienduizenden mensen staan rijen dik te juichen alsof ze niet door hebben dat ik bijna twee uur na de winnaar de finish passeer. Fantastisch! In de eindsprint naar de finish weet ik nog net Martin van het lijf te houden en in 3.57.51 passeer ik de finish. Martin komt er 4 seconden achteraan en Eddy heel kort daarop met een tijd van 3.59, net binnen de 4 uur. Ik schiet helemaal vol van emotie. Ik heb het gefikst! Wat een geweldig intensieve ervaring heb ik gehad, echt prachtig. Na even bekomen te zijn van de inspanning stommelen we naar de verkleedtent in een school net achter het Hofplein. De warme douche is goddelijk! Eenmaal aangekleed komen de verhalen van de overige codac lopers. Laurent kreeg volgens eigen zeggen honger en heeft een patatje met mayonaise gegeten. Dat gaf hem wel de kracht om Nanette over de finish te sleuren. Ze was kapot en heeft een lange strijd gestreden. Haar benen waren zo verkrampt, dat ze op vijftig meter voor de finish nog even wilde rekken en strekken. Daar stak Laurent dus even een stokje voor. Samen passeerden ze de finish in 4.25.38. Het verhaal van Jans, die een goede race liep tot ongeveer 38 km. Hij kreeg plotseling kramp op verschillende plaatsen, waaronder een heel rare spier; zijn borstspier. Of onze topper Jurgen, die een waanzinnige tijd liep van 3.36.29. En natuurlijk Hennie, die een mooie race liep in 3. 37.41 seconden op slechts twee boterhammetjes maar na afloop toch onderuit ging.
De terugreis naar huis was gezellig en natuurlijk vermakelijk. Niet in de laatste plaats door Hennie met zijn grappen. Ook werden twee zaken tijdens deze reis nog duidelijk. Hennie gaat nog eens een dagje met een conducteur mee zodat hij ook officieel op zijn treinfluitje mag fluiten en Ingrid gaat mee met de trein of de bus als reisleidster, nou ja meer als omroepster.
Ik heb de avond afgesloten met een paar heerlijke wijntjes, terwijl ik Nicolette glunderend en voldaan vertelde over mijn eerste marathon avontuur.
Ik denk niet dat het mijn laatste wordt!
Jan Henk
|
|
|
|
Duo- en Quatro-marathon
Op zondag 30 september vindt de 1e editie van de Zwolse Marathon plaats
Lees meer...
|
|
|
|
Emlichheimer Pfingstlauf
Grote veranderingen bij 22e editie
Lees meer...
|
|
|
|
Ledenvergadering (agenda update)
De inbreng van de leden is onontbeerlijk
Lees meer...
|
|
|