"Langzamer lopen is ook een kunst en te leren"
Een alleskunner is hij: wat voor soort wedstrijd er ook georganiseerd wordt, hij doet er wel aan mee.Of het nu gaat om een cross, een estafette op de baan, een veldloop, een wegwedstrijd, een landschapsloop, de afstand maakt niet uit, hij doet wel mee. Vele wedstrijden heb ik met hem gelopen en ik heb me vaak afgevraagd waar hij die energie toch vandaan haalt, om telkens weer vol enthousiasme zijn grenzen op te zoeken, zelfs tijdens de trainingen. Op 6 november loopt Hennie z'n 25e marathon en dat voor iemand die pas 10 jaar hardloopt: een mooie aanleiding voor een interviewtje.
Ben Mars

1. De Berenloop wordt je 25e marathon. Een mooi aantal om die afstand te laten voor wat die is en de komende jaren te schitteren op de kortere afstanden......
Natuurlijk niet. De uitdaging om zolang mogelijk een marathon te lopen begint pas. De korte afstanden zijn natuurlijk ook nodig om de snelheid er in te houden. Ik hoop dat ik nog niet op de helft ben.
2. Waarom heb je voor deze marathon als 25e gekozen?
Lijkt me behoorlijk pittig!
Hij is wel pittig maar ik heb er niet bewust voor gekozen, toevallig is het de 25e geworden maar wel een hele mooie denk ik. Weer eens wat anders dan op de weg. En een goede voorbereiding voor de halve van Egmond .
3. Wat is je snelste tijd(waar,wanneer) en je langzaamste?
De snelste marathon was in 2006 in Rotterdam 3 uur 26 min en 36 seconden ik vind Rotterdam nog steeds de mooiste van Nederland. En de langzaamste was in 2009 in New York 3 uur 43 min en 24 seconden maar dat is een marathon waar je van moet genieten, om je heen kijken, contact met het publiek maken dat is een groot feest. Die wil ik nog wel een keer doen.
4. Sinds wanneer doe je aan hardlopen en waarom ben je lid van Codac geworden?
Ik ben in juli 2001 begonnen met een beginners schema uit de krant van de 4mijl in Groningen, in die tijd stonden de schema’s in de krant, nu geven ze clinics Toen heb ik in september 2001 de eerste wedstrijd 4mijl in Groningen gelopen. Ik ging er 10 keer dood met een tijd van 0.34.60 Daarna ben ik gestopt met lopen. Tot juli 2002 toen ben ik weer gestart met de voorbereiding van de 4mijl. In september 2002 stond er een artikel in de krant over CoDaC en de volgende maandag avond heb ik me aangemeld. Omdat het gezelliger is met een groep te trainen dan alleen.
5. Kun je je eerste marathon nog herinneren?
De eerste marathon was oktober 2003 in Amsterdam ik herinner me niet meer van wat er onderweg te zien was of hoe het publiek was, maar de laatste 10 km dacht ik het is (niet) leuk . Ik was steeds met mezelf aan het worstelen of ik door moest gaan of niet. Maar toen ik het Olympisch stadion binnen liep naar de finish werd ik een beetje emotioneel maar dacht wel zoals iedereen wel eens denkt, eens en nooit meer.
6. Op welke marathon kijk je met het meeste plezier terug?
Eigenlijk is er nog nooit een marathon geweest die niet leuk was. Het is sowieso altijd leuk met een groep naar zo’n wedstrijd te gaan. De marathon is vaak maar bijzaak het gaat om de gezelligheid. Samen reizen,samen in het hotel of appartement of in een dag heen en weer.
Wat ook wel leuk is samen in de metro. Rob wil altijd wel een wedstrijdje doen wie tijdens de stop uitstapt en de meeste deuren bij langs gaat voor hij weer vertrekt. Of Jurgen of de hele groep wie na de marathon het snelst met de trap boven is terwijl er ook een roltrap is.
Maar New York is wel een van de indrukwekkendste, vriendelijke New Yorkers. En we (Hennie en Truus) hadden een 4 pers kamer met mijn broer Rien en zijn vrouw Saskia. Mijn broer liep ook de marathon mee daarom is die toch wel de mooiste:

7. Wat is je favoriete training? Wat vind je niet zo leuk?
Ik heb geen favoriete training. Maar de lange duurlopen in deze omgeving zijn altijd mooi. En als we wel eens naar de stort of Haantjebak in Emmen gaan, na afloop heeft Lammie of Henriette of iemand anders wel koffie en thee bij zich en dan genieten wel nog na van de geleverde prestatie. Ik vind het niet zo leuk dat je altijd maar moet luisteren naar de trainer.
Maar ja dat hoort er ook bij. En als er wat gebeurd is krijg ik meestal de schuld, terwijl ik niet eens in de buurt was.
8. Hoe bereid je je op een wedstrijd voor?
Eigenlijk bereid ik me niet echt voor op een wedstrijd. Ik eet altijd hetzelfde, niet teveel voor een wedstrijd dat loopt niet lekker. En ik ga op een tijd weg (de snelste) die ik daar al eens gelopen heb. Maar als dat niet lukt dan een andere keer weer beter want iedere wedstrijd is weer anders. Heb één keer op moeten geven dit jaar in Egmond, het ging echt niet, na 2 km had ik het gevoel dat ik al 30 km gelopen had, nog wel geprobeerd tot 4 km maar het ging echt niet meer.
9. Bevallen de trainingen bij Codac je?
De trainingen bevallen me goed, ik probeer dan ook altijd naar de trainingen te gaan.
Of ik moet ziek zijn of een hele hele dringende afspraak elders hebben maar meestal kan ik die wel verzetten.
10. Vertel eens een leuke loop-anekdote…
Een paar jaar geleden ongeveer 2007 tijdens de Monnikentocht van ter Apel naar Boertange.
Normaal in die tijd liepen we de hele route met 10 CoDaCers met elkaar in het tempo van ongeveer 10 km per uur. En de laatste 5 km wordt door een aantal het tempo verhoogd het is geen wedstrijd maar dat komt er meestal wel van. Toen in 2007 dacht ik bij de verversingspost van 15 km ik loop door.... onder luid protest van de overige CoDaC leden. Maar na ongeveer 1 km ben ik achter een grote boom op de reactie van de groep blijven wachten.
En ja hoor daar kwamen Ben en Jans voor de groep uit aangerend, ik hoorde Jans zeggen hij kan niet zover weg zijn (hij was bang dat ik als eerste in Boertange aan zou komen) . Maar dat was in het bos op kronkel paadjes dus ze konden niet ver vooruit kijken. Ik dacht laat ze maar lopen na 5 km geven ze het toch wel op. Toen ben ik met de overige CodaCers mee gelopen. Maar na 5 km vond ik het toch wel sneu dat Jans en Ben zo hard achter mij aan gingen terwijl ik achter hun liep. Jans vroeg onderweg of de mensen een kabouter met een grijs baartje gezien hadden, maar de mensen hadden geen kabouter gezien. Op een gegeven moment bij de 22 km kwam ik Ben tegen. Die zei dat Jans nog steeds naar mij op jacht was. Dus ik nog harder lopen om Jans te bereiken. En eindelijk bij de 28 km kon ik bij Jans komen hij was blij dat hij mij weer zag alleen niet dat ik achter hem liep. Toen hebben we nog samen gelopen. Maar hij had alles gegeven om me in te halen en had geen puf meer.
11. Op welke manier zorg je voor voldoende herstel van de vele wedstrijden die je loopt?
Door een klein stapje terug te doen. En te luisteren naar je lichaam dat heb ik altijd geleerd het lijkt misschien niet zo, maar op mijn manier doe ik dat wel. En voor de marathons als je er niet te veel tijd tussen laat zitten dan hoef je ook minder lang naar de volgende toe te trainen.
12. Wat zijn je toekomstige loopplannen?
Ik heb geen grote plannen. Misschien als ik over 5 jaar met pensioen ga wat meer trainen. Ik hoop dat ik nog lang kan blijven lopen. Net zoals Piet, Hans,Corrie en zo zijn er nog wel een paar volhouders om op te noemen. Zij zijn een groot voorbeeld van hoe lang je door kan lopen en zij zijn nog lang niet van plan te stoppen prachtig.
13. Heb je nog enkele/een looptip(s)?
Gewoon doorgaan en ik vind dat er te weinig wedstrijdjes door CoDaCers gelopen wordt met name in de omgeving van Coevorden. Ik vind dat je in een wedstrijd meer geeft dan in een training en daar word je sterker van en je tempohardheid wordt er beter van. Als je een duurloop doet, loop dan niet te hard. Tempo lopen doe je maar in de training. Er wordt over het algemeen te hard gelopen. Langzamer lopen is ook een kunst en te leren.
|